Nieuws : archief : 2012

Onderzoek naar bekendheid, draagvlak en gebruik van de meldcode

21 december 2012

Uit een door Onderzoeksbureau Veldkamp uitgevoerde meting blijkt dat de betrokkenheid bij het onderwerp huiselijk geweld en kindermishandeling tamelijk hoog is.

Zes van de tien ondervraagde professionals lezen artikelen hierover in krant of tijdschrift. Ruim een kwart praat er regelmatig tot vaak over met collega’s. De helft van de ondervraagde professionals heeft iets gehoord, gelezen of gezien over de meldcode huiselijk geweld of kindermishandeling. De inhoud van de meldcode roept niet bij alle professionals een helder beeld op. Iets minder dan de helft kan zich een goede voorstelling maken en vindt dat de meldcode attent maakt op signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. De meningen over de effectiviteit zijn verdeeld. Ruim de helft (57%) ondersteunt de gedachte dat de meldcode effectief kan bijdragen. Ook is er groot draagvlak voor de implementatie van de meldcode. Ruim 81% van de professionals onderkent dat de meldcode nodig is om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen. 65% vindt het goed dat de meldcode verplicht wordt.

Gebruik

Een minderheid van de professionals (36%) beschikt over een meldcode huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Zij zijn doorgaans inhoudelijk goed op de hoogte van hun meldcode (61%). De meesten (85%) vinden de meldcode van hun organisatie of praktijk bruikbaar. Een kwart heeft de meldcode het afgelopen jaar gebruikt. Onder professionals met een meldcode bestaat een hoge intentie tot gebruik. Bijna al deze professionals (97%) zouden de meldcode gebruiken bij een vermoeden van huiselijk geweld en/of kindermishandeling.

Plannen


Uit het onderzoek blijkt dat er in het algemeen weinig planvorming voor het komende halfjaar bestaat. Plannen worden wel gesmeed volgens professionals werkzaam in organisaties waar een meldcode beschikbaar is (61%). Deze plannen gaan vooral over (algemene) informatie verstrekken (34%) en training of scholing aanbieden (22%). De groep zonder meldcode geeft aan dat de meldcode nauwelijks officieel ter sprake is gebracht in de organisatie. Plannen gaan dan vooral over bespreken in een vergadering (7%), informatie verstrekken (6%) en de meldcode op de agenda zetten (6%).

Acties bij vermoedens


Professionals bespreken vermoedens van huiselijk geweld en/of kindermishandeling relatief vaak met collega’s. In het afgelopen jaar heeft de helft van de ondervraagde professionals vermoedens besproken. Het schriftelijk vastleggen van signalen en een gesprek hierover voeren met cliënten gebeurden minder vaak (respectievelijk 19% en 20%). Nog minder vaak wendden professionals zich voor advies tot AMK (12%) of SHG (8%) of deden zij melding bij AMK (8%) of SHG (4%).

Scholing


Veel professionals (45%) vinden zichzelf onvoldoende toegerust om goed om te gaan met vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling. Een meldcode lijkt een positief effect op dit gevoel te hebben: professionals met een meldcode vinden zichzelf minder vaak onvoldoende toegerust (28%). Deze groep heeft echter ook vaker training of scholing gevolgd. De huidige scholingsbehoefte is fors: 4 op de 10 professionals heeft behoefte aan scholing.

Onderwijs, kinderopvang en jeugdzorg


Het onderzoek maakte ook onderscheid tussen de zes sectoren: gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en justitie. Het lijkt erop dat de bekendheid met de meldcode in de sector onderwijs lager ligt. Professionals in het onderwijs zeggen vaker niet bekend te zijn met plannen of voornemens over de meldcode. Ook geven ze vaker aan onvoldoende toegerust te zijn voor de omgang met vermoedens over kindermishandeling. De sectoren kinderopvang en jeugdzorg lijken er op vrijwel alle fronten positief uit te springen. Bij deze professionals is de bekendheid met de meldcode, de betrokkenheid bij het onderwerp en het draagvlak groter. Ze beschikken veel vaker over een meldcode, vinden zichzelf overwegend goed toegerust en hebben meer acties uitgevoerd in het afgelopen jaar.

Onderzoeksbureau Veldkamp voert dit onderzoek uit volgens de Zilveren Standaard voor effectonderzoek. Dat betekent dat de voormeting en de nameting onder dezelfde personen plaatsvinden, zodat betrouwbare uitspraken over de campagne-effecten mogelijk zijn. 722 professionals deden aan het onderzoek mee. De nameting vindt voorjaar 2013 plaats.

© Copyright 2019, Vereniging LVAK, alle rechten voorbehouden.